Gepost door: Jasper Delanoy | oktober 5, 2009

Gand de Ghent: Barista

 LRIMG_5021

Op de hoek van de Brabantdam en de Vlaanderenstraat vind je het geesteskindje van architecte Sabine Van Dorpe. Barista – de term voor iemand die de kunst van het koffiezetten beheerst – is een ruime, elegante koffiebar voor jong en oud, waar je kan kiezen uit een hele reeks lekkere kopjes koffie, waarbij – indien gewenst – de traditionele koffie wordt verrijkt met heerlijke aroma’s van bijvoorbeeld vanille of caramel. De zoete latte met koekjessmaak is alleszins een aanrader! Verder zijn er ook biologische broden met lijnzaad of zonnebloempitjes, belegde broodjes, brownies, verrassende cakes, smoothies en biolimonades te verkrijgen. De grote ramen, het gevarieerde publiek en de inrichting – waarbij authentieke elementen hand in hand gaan met intrigerende kunst – doen denken aan de koffiebars in metropolen, waar de mensen even aan de drukte van het stadsleven kunnen ontsnappen. (bron: Zone09)

Spring zeker en vast eens binnen … gemoedelijke sfeer & heerlijke koffie. Eén van de huisbaristi (Melanie Nunes) heeft trouwens in 2008 het Belgisch kampioenschap Barista en Latteart gewonnen in de categorie Barista. Kwaliteit verzekerd dus!

 

’Gand de Ghent’ is een rubriek waaronder ik mijn favoriete adresjes in Gent, van kappers tot koffiebars, oplijst. Voorstellen zijn altijd welkom. Misschien wordt jouw Gents plekje wel één van mijn favorieten en krijgt het hier ook een plaats.

Gepost door: Jasper Delanoy | september 2, 2009

Jongeren nemen voorsprong in Gent

alsjedurftlogoCMYK2

 

 

 

 

 

De Vlaamse verkiezingsoverwinning en de “sociale vrede” (inclusief ledencongres) binnen CD&V Gent liggen ontegensprekelijk aan de basis van de nieuwe doorstart van JONGCD&V Gent. Alhoewel deze doorstart op eerste zicht een optimalisering van de interne werking beoogt, blijkt dat dit slechts een begin is van de verdere uitbouw van de jongerenwerking. Zoals ik zelf opnam in mijn nota ‘Waarom we niet hoeven te wachten tot morgen’ (voorgesteld op de startvergadering) is het onmogelijk om een sterke inhoudelijke werking te vrijwaren zonder een degelijke onderbouw of basis.

Met een stevige kern bestaande uit een gezonde mix ‘anciens’ en ‘nieuwe bloed’ ben ik er zeker van dat we dit werkjaar vorderingen kunnen maken. Als politiek secretaris en ondervoorzitter wil ik, samen met de kern, JONGCD&V Gent (incl. mijzelf) ook inhoudelijk uitdagen wanneer onze werking hiervoor klaar is. Vanuit de Gentse christendemocratische realiteit moeten we haalbare doelen stellen, op lange termijn werken en zwaar investeren op de inhoudelijke zaak.

We moeten onze sterktes niet willen uitspelen op het brede spectrum van het beleid, maar onze visie versterken op een beperkt aantal terreinen waar JONGCD&V zich in thuis voelt zoals onderwijs, gezin, leefbaarheid van de stad, … . Het komt erop aan vooral kwaliteit te leveren daar waar we het kunnen halen van de kwantiteit. Van exclusieve socialistische, liberale of groene beleidsdomeinen kan geen sprake zijn. Op die geclaimde domeinen zijn ook wij in staat vat te krijgen.

De nieuwe doorstart kan de ontwikkeling betekenen van een jongerenvisie voor Gent en een sterke jongerenwerking. Het is nu dé taak van de huidige, maar ook de toekomstige, kern- en bestuursleden om het enthousiasme van de eerste uren te bestendigen en te versterken doorheen de eerste drie jaar. We kunnen met onze doorstart een duidelijke voorsprong nemen. En … er is bovendien het geloof dat onze voorsprong geen valse start zal betekenen.

“[…] Wat we wel kunnen doen, is ons leven zo goed mogelijk leiden, met een doel, met liefde en met vreugde. We kunnen anderen bejegenen met het respect en de vriendschappelijkheid die we onszelf toewensen. We kunnen leren uit onze fouten en groeien door onze nederlagen. We kunnen koste wat kost streven naar een betere wereld. […]”

Gepost door: Jasper Delanoy | juni 30, 2009

Gand de Ghent: Café Rococo

f9c00378d4be9286e83f052284dc8fb4-original

Ergens in de Corduwaniersstraat ligt een publiek geheim van het Patershol verborgen. Een café dat aanvoelt als een huiskamer, enkel kaarsen en een open haard. Worsten hangen aan den toog, geduld en ontstressen zijn voorwaarden om binnen te mogen en een gastvrouw om U tegen te zeggen. Een volbloed Gentse die het begrepen heeft op kunst, gasten verwennen, nostalgie, warmte, gezelligheid, …. Betty … een vrouw naar mijn hart. Een madam die het niet zo heeft begrepen op arrogantie en die de mens achter de mensen wil zoeken. Een flamboyante dame, een surfragette, een moeder waar je bij thuiskomt!

Op koude winterdagen kan je genieten van haar Rococo koffie met zelfgemaakte Grand Marnier of een Liqueur D’Amour en vlaai. In de zomer kan je tot rust komen op het terras.

Café Rococo … een gastvrije plek om na te denken, te genieten van het gezelschap en je grote liefde uren in de ogen te staren … een mens wordt er lyrisch van.

 

 ’Gand de Ghent’ is een rubriek waaronder ik mijn favoriete adresjes in Gent, van kappers tot koffiebars, oplijst. Voorstellen zijn altijd welkom. Misschien wordt jouw Gents plekje wel één van mijn favorieten en krijgt het hier ook een plaats.

Gepost door: Jasper Delanoy | juni 25, 2009

You may have the universe if I may have Italy

summer_cinque

Deze week hebben we al onze afwegingen  en twijfels over de bestemming van onze reis definitief achter ons gelaten. Deze zomer wordt Italië voor even van ons, althans een stukje. Onze volgeladen Cinquecento brengt ons instinctief naar de provincie en stad Brescia, in het mooie Lombardije. Il tempo, il vino, il formaggio e la musica!

 De provincie Brescia is de grootste van de regio Lombardije. Van noord naar zuid meet ze hemelsbreed 123 kilometer. Het territorium is grofweg te verdelen in zeven gebieden: de laagvlakte, de drie meren (Iseo, Garda en Idro) en de drie grote dalen (Camonica, Trompia, Sabbia). De laagvlakte is dichtbevolkt en sterk geïndustrialiseerd. Het gedeelte onder het Iseomeer draagt de naam Franciacorte en is een bekende wijnstreek. De stad Brescia ligt bij de opening van het Valle Trompia en behoort tot de belangrijkste plaatsen van Noord-Italië. Van de drie meren is het Gardameer het belangrijkst voor het toerisme, met zijn omtrek van 155 kilometer is het het grootste meer van Italië. Het noordelijke deel van de provincie is erg bergachtig. Het noordelijkste deel maakt deel uit van het Parco Nazionale dello Stelvio. Iets ten zuiden hiervan ligt het hoogste gebergte van de provincie: het Adamellomassief met de 3418 meter hoge Monte Fumo.

 Brescia

De hoofdstad Brescia ziet er van buiten af modern uit met 110 meter hoge Crystal Palace die de skyline domineert. De binnenstad is echter zeer historisch en telt vele monumentale gebouwen. Het mooiste plein het Piazza della Loggia met de sierlijke 15de eeuwse Loggia en de klokkentoren Torre dell’Orologio. Op het Piazza Paolo VI staan de oude en nieuwe Dom naast elkaar, ze komen repeactievelijk uit de 11de en 17de eeuw. Op hetzelfde plein staat ook de robuuste Broletto, het voormalige stadhuis, met zijn hoge toren. In de stad zijn verder nog Romeinse ruïnes te vinden en een groot, op een heuvel gelegen, kasteel. Aan het Gardameer is Sirmione de bijzonderste plaats. Naast het middeleeuwse centrum met zijn mooie kasteel liggen er ook de ruïnes van een Romeise villa, de Grotte di Catullo. Langs de westoever van het meer loopt een weg, hoog boven het wateroppervlak, naar Limone sul Garda waar veel citroenen verbouwd worden. Ten noorden van het Iseomeer strekt zich het Val Camonica uit. Hier zijn in de buurt van Capo di Ponte op een aantal plaatsen rotstekeningen te vinden van vele duizenden jaren geleden. De mooiste exemplaren zijn te zien in het Parco Nazionale delle Incisioni Rupestri di Naquane.

brescia10

Gepost door: Jasper Delanoy | juni 8, 2009

CD&V wint de verkiezingen!

spotlight-bedankt

Even over half zeven maakte CD&V-voorzitter Marianne Thyssen in haar toespraak duidelijk wat al van bij de eerste voorlopige resultaten in de lucht hing: “CD&V heeft de verkiezingen gewonnen!” Net daarvoor had zij in het gezelschap van alle CD&V-boegbeelden en onder een stormachtig applaus haar intrede gemaakt in de Brusselse K-NAL.

Marianne Thyssen herinnerde er in haar toespraak in dat deze overwinning helemaal geen evidentie was: “Vergeet niet dat we de afgelopen jaar door heel wat mensen afgeschreven werden. Maar door de kracht van onze overtuiging hebben we van de kiezer een nieuw mandaat gekregen om Vlaanderen door de crisis te loodsen. Om Vlaanderen klaar te maken voor de toekomst. Dit is een beloning, maar ook een opdracht voor de komende vijf jaar!”

Thyssen blikte nog even terug op de voorbije campagne: “Waarom we deze deze verkiezingen gewonnen hebben? Omdat we vijf jaar goed bestuurd hebben.Omdat we een sterk en realistisch programma hadden. En omdat we geloofwaardige kandidaten hadden, die een positieve campagne hebben gevoerd, met respect voor hun uitdager.”

Terwijl ze Bart De Wever feliciteerde voor de goede uitslag van N-VA, reikte Thyssen ook de hand naar alle andere partijen. “De uitdagingen zijn groot”, maakte ze nog eens duidelijk, “het is belangrijk dat we aan één zeel trekken. De campagne is nu voorbij. Het is tijd om onze verantwoordelijkheid te nemen. We hebben nood aan een sterke Vlaamse regering. Met een sterk Vlaams boegbeeld. Ik ben dan ook trots op de huidige en volgende Vlaamse minister-president: Kris Peeters!”

Terwijl K-NAL helemaal door het dak gaat neemt de Antwerpenaar breed glimlachend de microfoon van Marianne Thyysen over: “Wij wilden de grootste partij van Vlaanderen zijn, en vrienden, dat zijn we ook! En waarom wilden we dat? Om de leiding te nemen over een Vlaanderen in Actie, om verder te werken aan een open, sociaal en warm Vlaanderen. Om daadkracht te tonen in de crisis, en met de staatshervorming.” En ja, zegt Peeters, er zal gepraat worden. Maar niet in een frituur of in een praatbarak, wel met duidelijke afspraken en doelstellingen.”

Geruchten dat een tripartite met de drie klassieke partijen al beklonken is, verwijst Peeters nogmaals naar de vuilbak: “Wij zullen met iedereen praten die een sterke ploeg wil vormen, die met ons wil werken aan dat open, warme en sociale Vlaanderen.” En daar wil Peeters zo snel mogelijk aan beginnen. “Morgen is het weer werkendag. Morgen is Vlaanderen weer een werkwoord.”

Gepost door: Jasper Delanoy | maart 31, 2009

HET ‘GEESTIG’ MANIFEST…

Onlangs bracht Mathias De Clercq zijn “Pleidooi voor een liberaal offensief” uit. De uiteenzetting op Ter Zake waarbij de hoop werd gekoesterd meer duiding te krijgen bij het begrip ‘liberaal offensief’, beperkte zich tot het steeds herhalen van woorden als ‘dijkbreuken’, ‘ijkpunten’ en ‘vuurtorens’, wat ons ertoe noopte het manifest dan maar eens zelf te lezen.

De geest van het manifest straalt een ongenaakbare overtuiging uit als zou de toekomst enkel en alleen maar liberaal kunnen zijn, en enkel het liberalisme  goed. Al de rest moet dan maar slecht zijn, conservatief, verdorven.

Dat ‘goede’ liberalisme zou geen neoliberalisme zijn, maar  eerder een soort van paars liberalisme, waarbij de auteur van het manifest een onverdroten bewondering uit voor Guy Verhofstadt.

Laten we dan ook eerst eens nagaan waar dit goede liberalisme onder 8 jaar Verhofstadt toe heeft geleid. We noemen maar enkele zaken.

De beruchte financieringswet van paars, die een ware geldstroom op gang heeft gebracht van de federale overheid naar de regio’s, in ruil voor een aantal beperkte bevoegdheden, heeft het grote structureel tekort waarmee de federale begroting nu te kampen heeft, mede veroorzaakt. De budgettaire marges die ontstonden door het dalen van de rentelasten, heeft men volledig uitgeput aan nieuwe paarse uitgaven. Had men deze marges gespaard dan hadden we nu sterker gestaan om het hoofd boven water te houden, en de vergrijzing aan te pakken.

Op communautair vlak is er sinds 1999 één beperkte « staatshervorming » geweest met de Lambermont-akkoorden van 2001. Nooit is er werk gemaakt van een ernstige herverdeling van taken tussen het federale en het regionale niveau. Erger nog, paars zelf heeft de kieswetgeving veranderd en provinciale kieskringen geïnstalleerd, maar nooit de moed gehad het BHV probleem op te lossen.

Inzake een betere corporate governance van beursgenoteerde bedrijven en een zekere transparantie in de toplonen van managers, waar vandaag in crisis om geroepen wordt, werd, ondanks aanbevelingen van de Europese Commissie sinds 2004, niets gedaan. Daaraan gekoppeld wordt de bankcommissie al jaren geleid door verschillende voormalige kabinetschefs van vice-premier Reynders. Hun liberale visie heeft hen zeker niet gestimuleerd in te grijpen in – of te waarschuwen voor – de megalomane overname van ABN Amro door FORTIS.

Een verdere kritische blik op het manifest leert ons tevens dat we het niet eens kunnen zijn met de ideologische fundamenten die doorheen de hele tekst naar voor komen.

Zo stelt het manifest dat de vrije markt niet in de fout ging in de huidige crisis, maar wel het gebrek aan controle om de vrije markt goed te laten functioneren. Het komt er op neer dat de overheid kansen moet creëren voor iedereen. Het individu kan deze kansen dan ongebreideld invullen. De rol van de overheid is daarbij beperkt tot het vrijwaren van die vrijheid voor iedereen.

Gelijke kansen” uit een liberale mond is echter niets meer dan een eufemisme. Dankzij het “gelijke kansen”beleid van voormalig Minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten kennen we nu het fenomeen schoolkamperen. En wat met die liberale eis voor koopzondagen, waarbij de kleine handelaars in het zand zullen moeten bijten omdat ze nooit tegen de mastodontwinkels op kunnen tornen? Inzake migratie pleit het manifest voor  selectieve criteria. De survival of the fittest, dat is het liberale gelijke kansenbeleid. Trouwens: die “gelijke kansen” gelden blijkbaar vooral voor stamboomliberalen als het op lijstvorming aankomt. All animals are equal, but some are more equal than others…

Ons inziens draait het niet alleen om het hebben van kansen, maar ook de manier waarop je die invult. Hoe meer vrijheid … hoe meer controle … lijkt ons de vrijheid juist teniet te doen. Normen, waarden en deontologie moeten aanwezig zijn in onze maatschappij.  Liberalen huiveren daarvan, maar wil men een controlestaat vermijden en de vrijheid vrijwaren, dan zit daar juist de oplossing.

Een ander hoofdstuk uit het manifest dat ons opviel gaat over vrijwilligerswerk. Daarbij wordt het concept van ‘prosumeren’ ingevoerd, een samentrekking van de woorden produceren en consumeren. Letterlijk, ‘Het komt erop neer dat als persoon A één uur iets doet voor persoon B, persoon A dan een tegoed van één uur ontvangt, terwijl persoon B dan een schuld heeft van een uur. B kan dan het gras afrijden bij persoon C, en zo zijn schuld afbouwen. Persoon C kan dan een babysit houden voor persoon A, en zo staat iedereen weer op nul.’ Vrijwilligerswerk wordt zo afgedaan als het vereffenen van een schuld t.a.v. iemand anders, en is in dat opzicht totaal niet meer vrijblijvend, niet meer spontaan. Vrijwillig houdt nu net in dat het uit vrije wil gebeurt, zonder dat daartegenover iets dient te staan. Als Christendemocraten verzetten wij ons radicaal tegen een dergelijke economische visie op vrijwilligheid. Drijfveren zoals naastenliefde, medeleven, onvoorwaardelijke inzet bestaan wel degelijk, en moeten gekoesterd worden.

Tot slot, maakt de favoriete bron van De Clercq, de Indische Nobelprijswinnaar voor Economie, Amartya Sen, brandhout van de notie collectieve identiteit. De samenleving  zou niet om groepen draaien maar om het individu. Het enige wat deze individuen zou binden is een soort wereldburgerschap, het feit dat we allemaal mensen zijn met unieke rechten, mogelijkheden en eigenschappen. Volgens De Clercq bestaat in die zin de tegenstelling tussen links en rechts dan ook niet.

Maar  net het manifest zelf is doorspekt  met de idee dat de ware tegenstelling die is tussen progressief en conservatief … . Het liberalisme is voluit progressief. Alle liberalen zijn progressief! De Christendemocraten zijn conservatief! Het lijkt ons dat dan plots de visie van Amartya Sen niet meer speelt, en een collectieve identiteit dan toch belangrijk is voor de liberaal.

Trouwens, wat betekenen progressief en conservatief nog? Is opkomen voor minder belastingen nu conservatief of progressief? Is opkomen voor meer bevoegdheden voor Vlaanderen  nu progressief of conservatief? Is het verdedigen van waarden in een samenleving waar zogezegd de waarden vervagen nu conservatief, of juist progressief?

Het manifest is vooral theoretisch en heeft weinig voeling met de samenleving zelf. Een samenleving die steunt op haar mensen, haar groepen,  haar verenigingen,  haar vrijwilligers. Een samenleving waar arme drommels theoretisch misschien over gelijke kansen beschikken, maar deze in de feiten niet hebben. Een samenleving waar  tegenstellingen zoals progressief en conservatief alleen maar conflictstof vormen.

Dit manifest is niet van deze eeuw, en lijkt geschreven als door een geest die lang geleden jong was, en zijn ideeën van toen nooit meer aanpaste.

Wij daarentegen omarmen wél onze eigen toekomst, en niet onze afkomst …

 

Stefaan De Vos, Jasper Delanoy, Lieven Demolder, Peter De Bouvere, Lieselot Bleyenberg en Eva Parent, zijn allen Christendemocraten.

Gepost door: Jasper Delanoy | maart 31, 2009

CD&V VOORUIT

logo_sq_02

 

Wie zijn we? Waarschijnlijk heeft u al van ons gehoord, we zijn dan ook al bijna een half haar actief. Wij zijn allen militanten van de Gentse CD&V, christen-democraten in hart en nieren. We vormen een netwerk met als doelstelling het organiseren van activiteiten om het inhoudelijke debat te stimuleren en de onderlinge samenhang te bevorderen.

 

Wat doen we? We organiseren in de eerste plaats ontmoetings-mogelijkheden, debatten en gespreksavonden. We volgen de gemeenteraden op en ontwikkelen standpunten in en omtrent inhoudelijke dossiers. Met ons netwerk willen we opnieuw en meer met elkaar in contact staan.

 

Graag beklemtonen we dat we er alle goede hoop op hebben dat Roger Claeys er zal in slagen om de tegenstellingen binnen de partij te overbruggen en de lijnen uit te zetten voor de toekomst van CD&V in Gent. Het is dan ook  in onderlinge instemming en in samenwerking met Koen, onze bewegingscoördinator van Gent, dat we – vermits we reeds enkele maanden bezig zijn, en al enkele mooie activiteiten rijker zijn – u  de volgende geplande activiteiten niet willen onthouden.

 

ook online terug te vinden … www.cdenvvooruit.be

 

 

Gepost door: Jasper Delanoy | mei 29, 2008

BOX mei-editie

The show must go on …

Een laatste woordje van de eindredacteur, want ik begin stilaan afscheid te nemen van mijn studententijd. Het werk is voorbij, de inhoud opgevuld, de vorm gegeven. En terwijl ik terugblik op vier jaar Gent begin ik te beseffen dat het een voorrecht is om je in het hart van de studentenvertegenwoordiging van (de Hogeschool) Gent te kunnen begeven. In die vier jaar heb ik kansen gekregen, kansen genomen en kansen gecreëerd; heb ik mensen leren kennen, mensen ontmoet en mensen als vrienden mogen gaan beschouwen. Vooraleer ik van het toneel verdwijn, dien ik dan ook een aantal personen te bedanken. Als eerste wil ik uiteraard mijn redactieraad en alle medewerkers van box bedanken voor hun enthousiasme en creatieve visie en in het bijzonder de vormgever van dit magazine, Peter, voor zijn – vaak last-minute – werk achter de schermen, zijn steun en vriendschap. Ik wens jullie heel veel succes bij het in stand houden van dit pareltje, de redactionele trots van de studentenraad. We’ll meet again! Verder wil ik Sovoreg bedanken voor de kansen die ze mij hebben gegeven en het geloof in mijn kunnen, voor de financiële steun aan box en de memorabele momenten. Ook hier weer … we’ll meet again! Naast mijn vrienden wil ik iedereen bedanken die ik heb mogen tegenkomen in het werk als studentenvertegenwoorder: VVS-leden, de leden van de Raad van Bestuur van Sovoreg, Sebastien Malfait, Philippe Ruysschaert, onze studentenmedewerker, dhr. Hoogewijs, leden van de advieswerkgroep sociale voorzieningen AUGent, de studentenvertegenwoordigers van de HGSR en nog zovelen die het vermelden zeker waard zijn, maar het wegens de beperking op de lengte van dit voorwoordje niet halen om opgesomd te worden. Vanuit het geloof in het feit dat mensen, in de positieve zin van het woord, vervangbaar zijn, wil ik dan ook als laatste mijn opvolg(st)ers heel veel succes wensen bij het overnemen van mijn taken als studentenvertegenwoordiger. The show must go on!

Vrijdagmiddag hebben de partners van de Associatie UGent (AUGent) een overeenkomst ondertekend die een “verregaande samenwerking op het vlak van studentenvoorzieningen” voorziet. De partners zijn de Universiteit Gent (UGent), de Hogeschool Gent, de Arteveldehogeschool en de Hogeschool West-Vlaanderen. Vanaf volgend academiejaar gaat de samenwerking van start.

Paul Van Cauwenberge, rector van de Universiteit Gent, en de voorzitters van de vzw’s die in de hogescholen instaan voor studentenvoorzieningen ondertekenden de overeenkomst vrijdag. De vier partners zullen volgend academiejaar hun sociale faciliteiten openstellen voor de studenten van elk van de instellingen. Concreet betekent dit dat elk van de 56.000 studenten die zijn ingeschreven in één van de vier scholen vanaf nu terecht kunnen in alle studentenrestaurants tegen voordelig tarief. Ook de sportinfrastructuur wordt voortaan gedeeld. Daarnaast worden er in de studentenhomes van de universiteit tien kamers voorzien voor hogeschoolstudenten met een handicap. De andere studenten kunnen nog niet terecht in de homes. Tenslotte openen ook de universiteitscrèches voortaan de deuren voor hogeschoolstudenten met kinderen.
(bron: Belga)

Woordje van de voorzitter

De overeenkomst vormt het sluitstuk van een jarenlang debat tussen de sociale voorzieningen van de partnerinstellingen, die reeds zijn aanvang kende onder voorgaande voorzitters. Het is een mooie weerspiegeling van de associatiegedachte en vormt een 1e grote stap in het bestaan van de advieswerkgroep. Echter, met deze overeenkomst stopt het bestaan van de advieswerkgroep niet. Nu er discussieruimte vrijkomt, lijkt het mij opportuun om met de volledige werkgroep, in samenspraak met het bestuur van de associatie, op zoek te gaan naar een concrete invulling van haar taak naar de toekomst toe. Er moet over gewaakt worden dat dit adviesorgaan een slagkrachtig bestaan leidt waarbij correcte en onderbouwde adviezen tot stand komen. We moeten sterk staan in de evolutie naar een eengemaakte instelling en kunnen inspelen op het toekomstige beleid van het bestuur van de associatie en de politieke wereld hieromtrent. Deze denkoefening is niet meer te vermijden het komende jaar en ik wil mijn opvolger dan ook veel succes wensen.

AVS-nieuwsuitzending over de samenwerkingsovereenkomst

refugee-realitites.jpg

Het federale vreemdelingenbeleid ligt onder vuur, al jaren: aanslepende asielprocedures, onvoldoende klaarheid inzake regularistaties en een falend verwijderingsbeleid. Het recente legislatieve werk op het terrein van de verblijfs- reglementering brengt hier geen verandering in teweeg. De nieuwe asielwet van 15 september 2006 was nog niet ten volle in werking getreden of ze werd al in twijfel getrokken in zowel diverse politieke als academische fora. Het Belgische asielrecht slaagt er blijkbaar maar niet in een klare neerslag te bieden van het beleid terzake en holt de feiten achterna.

Er werden de voorbije 20 jaar talloze wetswijzigingen doorgevoerd. Deze wijzigingen betreffen onder andere de procedure die een asielzoeker moet doorlopen om (al dan niet) als vluchteling erkend te worden en daarmee een legaal statuut en een definitieve verblijfstitel te verwerven.

Aanpassingsdrift

De belangrijkste oorzaak van deze aanpassingsdrift is de contradictie waarin België – en ook andere Europese staten – gewrongen zitten: enerzijds het nakomen van zijn internationale verplichtingen en het voeren van een humanitair beleid gestoeld op westerse waarden en mensenrechten en anderzijds het zoveel mogelijk indijken of minstens in goede banen leiden van de toenemende migratiestromen. Beide elementen leven ook in de samenleving. De hongerstakingen in kerken en andere plaatsen gesteund door een deel van de bevolking en zelfs partijpolitieke middens getuigen van de humanitaire benadering.

Maar de aanslagen van 9/11 hebben het – al dan niet subjectieve – gevoel van terreur en onveiligheid ook in België aangewakkerd en daarmee de druk vanuit de samenleving om de migratiestromen beter onder controle te krijgen opgevoerd. De procedure moet enerzijds voldoende uitgerust zijn om te vermijden dat een persoon die de facto aan de definitie van vluchteling voldoet niet wordt erkend, en anderzijds uitgerust zijn om de aanvragen voldoende snel te kunnen afhandelen, ten einde een aanzuigeffect te voorkomen en zo het aantal ‘avonturiers’ te ontmoedigen. Het verzoenen van deze beide, als tegengesteld ervaren doelstellingen, blijkt maar niet te lukken.


Humanisering

In de nieuwe asielprocedure zijn er ongetwijfeld positieve punten gerealiseerd. De eigenlijke behandelingsperiode wordt aanzienlijk ingekort, de Raad van State wordt ontlast door de oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen en er is sprake van ‘subsidiaire bescherming’ (een statuut toegekend wanneer er zwaarwichtige gronden zijn om aan te nemen dat, indien die asielzoeker terugkeert naar het land van herkomst, er een reëel risico bestaat op het oplopen van “ernstige schade”). Zonder verder in te gaan op details van de procedure kunnen we stellen dat er een poging ondernomen is om de versplintering van bevoegdheden en doublures in de procedure te verhelpen. Vanuit deze visie is er een duidelijke humanisering aan de gang.

Negeren van mensenrechten

We merken echter dat naast een humanitair discours ook steeds vaker het veiligheidsdiscours opduikt. Waar het ene discours de aanwezigheid van een asielzoeker in geen enkel opzicht aanziet als een bedreiging voor de samenleving, gebeurt dit wel in het andere. We zien op Europees niveau een duidelijke keuze voor het veiligheidsdiscours. Asiel en migratie worden, naast het beschermen van de interne markt, ook gekoppeld aan begrippen als terrorisme en drugssmokkel. Ook in België is deze evolutie merkbaar. Binnen de nieuwe asielprocedure vinden we diverse voorbeelden waaruit blijkt dat de wetgever veiligheid of het zoveel mogelijk beperken van asielzoekers boven mensenrechten plaatst.

In de Procedurerichtlijn wordt namelijk bepaald dat lidstaten ervoor moeten zorgen dat er een daadwerkelijk rechtsmiddel bij een rechterlijke instantie openstaat tegen beslissingen die inzake het asielverzoek zijn gegeven. De preambule van diezelfde richtlijn herinnert eraan dat het aanwezig zijn van een rechtsmiddel ook afhangt van het onderzoek van de relevante feiten of van het – als één geheel beschouwde – bestuurlijk en justitieel systeem van elke lidstaat. Of er afdoende rechtsbescherming is in de nieuwe asielprocedure – en er dus overeenstemming is met de Procedurerichtlijn en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) – zal dus volledig afhangen van de waarborgen in de bestuurlijke fase van de asielprocedure voor de Commissaris-generaal en in de jurisdictionele fase voor de Raad van Vreemdelingenbetwistingen, want de Raad van State treedt slechts op als cassatierechter.

Problematisch bij de bestuurlijke fase is dat een asielverzoek om puur formele redenen kan worden afgewezen. Het onderzoek naar de gegrondheid van een asielaanvraag gebeurt in de eerste fase door de Commissaris-generaal. Hij kan op basis van formele ‘onontvankelijkheidsgronden’ – zoals het laattijdig indienen van het aanvraagdossier – een erkenning/aanvraag weigeren. Het blijft verbazen dat de afhandeling van asielverzoeken zonder inhoudelijke beoordeling van de gegrondheid van vrees of de aanwezigheid van een risico mogelijk is. Dit lijkt mij echter een ernstige schending van de humanitaire waarden en lijkt mij zelfs in strijd met de verplichtingen, door België aangegaan, in het Vluchtelingenverdrag, het EVRM en de Kwalificatierichtlijn. Deze verbieden het terugsturen van personen die vrijheid of leven vrezen naar het land van herkomst. Dit veronderstelt dus steeds een onderzoek naar de concrete risico’s, wat niet kan in een procedure die het sluiten van een asieldossier op puur formele gronden mogelijk maakt. Uit laattijdigheid kan niet ipso facto de ongegrondheid worden afgeleid. Naast het in strijd zijn met de bovenvernoemde aangegane verplichtingen is deze constructie allesbehalve een duidelijke omzetting van de nood aan inhoudelijke beoordeling uit de Procedurerichtlijn.

Wat de jurisdictionele kant van de procedure betreft, zijn ook daar regelrechte vergrijpen aan de humanitaire verplichtingen merkbaar. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen beschikt niet over een eigen onderzoeksbevoegdheid, wat betekent dat het zich moet baseren op het aangevoerde dossier door de Commissaris-generaal. Het is dan ook bijna onmogelijk om als asielzoeker nieuwe elementen aan te brengen. Dit kan enkel mits het voldoen aan een resem van cummulatieve voorwaarden. Daarnaast neemt het belang van de rol van advocaten toe, aangezien de procedure volledig schriftelijk verloopt. Zonder te veralgemenen gaat het echter in deze kwesties vaak om advocaten die niet met volle overgave hun cliënt wensen te verdedigen. De kwaliteit van juridische bijstand varieert dan ook enorm naargelang de interesse of de ervaring van de advocaat.

Met betrekking tot het rechtsmiddel dringt zich duidelijk een evaluatie op. Enkel zo kan er worden nagegaan of er effectief een beschikbaar rechtsmiddel is. Er moet voorkomen worden dat gelijkaardige vragen als bij het Conka-arrest blijven opduiken.

Het valt ook af te wachten in hoeverre de asielinstanties, nu ze de ‘keuze’ hebben tussen twee statuten (vluchteling of subsidiaire bescherming), de ruime interpretatie van de vluchtelingendefinitie zullen aanhouden. Nu de wet in een alternatief beschermingsstatuut voorziet, zou de verenging van de definitie een pijnlijk feit kunnen worden.

Het correcte antwoord

Mensen zonder verblijfstoelating hebben zowel economisch als juridisch een kwetsbaar statuut. Bovendien vormen ze een bedreiging voor de werking van de verzorgingsstaat. Deze situaties moeten vermeden worden en dit moet dan ook altijd de achterliggende intentie vormen bij de aanpassing van de asielwetgeving. Maar het voorgaande mag geen excuus worden om onze aangegane verplichtingen op humanitair vlak te verloochenen. Het afglijden van een mensenrechtendiscours naar een puur veiligheidsdiscours mag niet de basis vormen voor ons asielbeleid. Het moet een duidelijke combinatie zijn tussen beide visies en moet gerealiseerd worden met het behouden van de juiste rechten voor asielzoekers in het achterhoofd. Daarnaast moeten we voorkomen dat het vreemdelingendebat wordt uitgebuit door bepaalde politieke partijen en de media. Deze creëren volgens onderzoek een verkeerde perceptie van de werkelijke situatie. De politisering is al te vaak slechts gebaseerd op een vermoeden van aanwezigheid van negatieve attituden tegenover vreemdelingen bij de bevolking of een onveiligheidsgevoel.

Verantwoordelijkheid opnemen

CD&V, als partij die de menselijke waarden en normen hoog in het vaandel draagt, heeft een grote verantwoordelijkheid bij de evaluatie van de asielwetgeving, die er - zoals beloofd – moet komen. Een ‘verveiliging’ van onze maatschappij kan niet het correcte antwoord zijn op de problematiek die er al jaren heerst. Mensen op de vlucht verdienen bescherming. Een correcte, doch effectieve, procedure moet ervoor zorgen dat de juiste beslissingen worden genomen en vermijden dat anderen onterecht worden toegelaten. De misbruiken van het systeem mogen de toelating van de ‘echte’ asielzoeker, die nood heeft aan bescherming en opvang, niet in de weg staan. CD&V kan en is, vanuit haar overtuiging, verplicht hierin een voortrekkersrol te spelen. Laten we humaan blijven in het beslissen over de toekomst van mensen!

de auteur van dit artikel is Jasper Delanoy

Dit artikel verscheen in verkorte versie in de Denk-Mee-Krant van JONGCD&V Nationaal (april 2008)

Oudere Berichten »

Categorieën