Onlangs bracht Mathias De Clercq zijn “Pleidooi voor een liberaal offensief” uit. De uiteenzetting op Ter Zake waarbij de hoop werd gekoesterd meer duiding te krijgen bij het begrip ‘liberaal offensief’, beperkte zich tot het steeds herhalen van woorden als ‘dijkbreuken’, ‘ijkpunten’ en ‘vuurtorens’, wat ons ertoe noopte het manifest dan maar eens zelf te lezen.
De geest van het manifest straalt een ongenaakbare overtuiging uit als zou de toekomst enkel en alleen maar liberaal kunnen zijn, en enkel het liberalisme goed. Al de rest moet dan maar slecht zijn, conservatief, verdorven.
Dat ‘goede’ liberalisme zou geen neoliberalisme zijn, maar eerder een soort van paars liberalisme, waarbij de auteur van het manifest een onverdroten bewondering uit voor Guy Verhofstadt.
Laten we dan ook eerst eens nagaan waar dit goede liberalisme onder 8 jaar Verhofstadt toe heeft geleid. We noemen maar enkele zaken.
De beruchte financieringswet van paars, die een ware geldstroom op gang heeft gebracht van de federale overheid naar de regio’s, in ruil voor een aantal beperkte bevoegdheden, heeft het grote structureel tekort waarmee de federale begroting nu te kampen heeft, mede veroorzaakt. De budgettaire marges die ontstonden door het dalen van de rentelasten, heeft men volledig uitgeput aan nieuwe paarse uitgaven. Had men deze marges gespaard dan hadden we nu sterker gestaan om het hoofd boven water te houden, en de vergrijzing aan te pakken.
Op communautair vlak is er sinds 1999 één beperkte « staatshervorming » geweest met de Lambermont-akkoorden van 2001. Nooit is er werk gemaakt van een ernstige herverdeling van taken tussen het federale en het regionale niveau. Erger nog, paars zelf heeft de kieswetgeving veranderd en provinciale kieskringen geïnstalleerd, maar nooit de moed gehad het BHV probleem op te lossen.
Inzake een betere corporate governance van beursgenoteerde bedrijven en een zekere transparantie in de toplonen van managers, waar vandaag in crisis om geroepen wordt, werd, ondanks aanbevelingen van de Europese Commissie sinds 2004, niets gedaan. Daaraan gekoppeld wordt de bankcommissie al jaren geleid door verschillende voormalige kabinetschefs van vice-premier Reynders. Hun liberale visie heeft hen zeker niet gestimuleerd in te grijpen in – of te waarschuwen voor – de megalomane overname van ABN Amro door FORTIS.
Een verdere kritische blik op het manifest leert ons tevens dat we het niet eens kunnen zijn met de ideologische fundamenten die doorheen de hele tekst naar voor komen.
Zo stelt het manifest dat de vrije markt niet in de fout ging in de huidige crisis, maar wel het gebrek aan controle om de vrije markt goed te laten functioneren. Het komt er op neer dat de overheid kansen moet creëren voor iedereen. Het individu kan deze kansen dan ongebreideld invullen. De rol van de overheid is daarbij beperkt tot het vrijwaren van die vrijheid voor iedereen.
“Gelijke kansen” uit een liberale mond is echter niets meer dan een eufemisme. Dankzij het “gelijke kansen”beleid van voormalig Minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten kennen we nu het fenomeen schoolkamperen. En wat met die liberale eis voor koopzondagen, waarbij de kleine handelaars in het zand zullen moeten bijten omdat ze nooit tegen de mastodontwinkels op kunnen tornen? Inzake migratie pleit het manifest voor selectieve criteria. De survival of the fittest, dat is het liberale gelijke kansenbeleid. Trouwens: die “gelijke kansen” gelden blijkbaar vooral voor stamboomliberalen als het op lijstvorming aankomt. All animals are equal, but some are more equal than others…‘
Ons inziens draait het niet alleen om het hebben van kansen, maar ook de manier waarop je die invult. Hoe meer vrijheid … hoe meer controle … lijkt ons de vrijheid juist teniet te doen. Normen, waarden en deontologie moeten aanwezig zijn in onze maatschappij. Liberalen huiveren daarvan, maar wil men een controlestaat vermijden en de vrijheid vrijwaren, dan zit daar juist de oplossing.
Een ander hoofdstuk uit het manifest dat ons opviel gaat over vrijwilligerswerk. Daarbij wordt het concept van ‘prosumeren’ ingevoerd, een samentrekking van de woorden produceren en consumeren. Letterlijk, ‘Het komt erop neer dat als persoon A één uur iets doet voor persoon B, persoon A dan een tegoed van één uur ontvangt, terwijl persoon B dan een schuld heeft van een uur. B kan dan het gras afrijden bij persoon C, en zo zijn schuld afbouwen. Persoon C kan dan een babysit houden voor persoon A, en zo staat iedereen weer op nul.’ Vrijwilligerswerk wordt zo afgedaan als het vereffenen van een schuld t.a.v. iemand anders, en is in dat opzicht totaal niet meer vrijblijvend, niet meer spontaan. Vrijwillig houdt nu net in dat het uit vrije wil gebeurt, zonder dat daartegenover iets dient te staan. Als Christendemocraten verzetten wij ons radicaal tegen een dergelijke economische visie op vrijwilligheid. Drijfveren zoals naastenliefde, medeleven, onvoorwaardelijke inzet bestaan wel degelijk, en moeten gekoesterd worden.
Tot slot, maakt de favoriete bron van De Clercq, de Indische Nobelprijswinnaar voor Economie, Amartya Sen, brandhout van de notie collectieve identiteit. De samenleving zou niet om groepen draaien maar om het individu. Het enige wat deze individuen zou binden is een soort wereldburgerschap, het feit dat we allemaal mensen zijn met unieke rechten, mogelijkheden en eigenschappen. Volgens De Clercq bestaat in die zin de tegenstelling tussen links en rechts dan ook niet.
Maar net het manifest zelf is doorspekt met de idee dat de ware tegenstelling die is tussen progressief en conservatief … . Het liberalisme is voluit progressief. Alle liberalen zijn progressief! De Christendemocraten zijn conservatief! Het lijkt ons dat dan plots de visie van Amartya Sen niet meer speelt, en een collectieve identiteit dan toch belangrijk is voor de liberaal.
Trouwens, wat betekenen progressief en conservatief nog? Is opkomen voor minder belastingen nu conservatief of progressief? Is opkomen voor meer bevoegdheden voor Vlaanderen nu progressief of conservatief? Is het verdedigen van waarden in een samenleving waar zogezegd de waarden vervagen nu conservatief, of juist progressief?
Het manifest is vooral theoretisch en heeft weinig voeling met de samenleving zelf. Een samenleving die steunt op haar mensen, haar groepen, haar verenigingen, haar vrijwilligers. Een samenleving waar arme drommels theoretisch misschien over gelijke kansen beschikken, maar deze in de feiten niet hebben. Een samenleving waar tegenstellingen zoals progressief en conservatief alleen maar conflictstof vormen.
Dit manifest is niet van deze eeuw, en lijkt geschreven als door een geest die lang geleden jong was, en zijn ideeën van toen nooit meer aanpaste.
Wij daarentegen omarmen wél onze eigen toekomst, en niet onze afkomst …
Stefaan De Vos, Jasper Delanoy, Lieven Demolder, Peter De Bouvere, Lieselot Bleyenberg en Eva Parent, zijn allen Christendemocraten.